Kijkje in de stad: Stadsbrouwerij Dordrecht
Op het Buddingh’plein, achter de Voorstraat en de Wijnstraat, zit Stadsbrouwerij Dordrecht. In het voormalige moutpakhuis van de oudste brouwerij van de stad, wordt hier op ambachtelijke wijze het Schapenkopje gebrouwen: een écht Dordts biertje met een maatschappelijke bijsmaak.
Bij binnenkomst hangt er een geur van brood, een combinatie van mout en gist. Op de vensterbank staan voorraadpotjes waarin die kleine bruinkleurige ingrediënten te zien zijn. Opvallend zijn de glimmende RVS-ketels, vaten, kasten en andere materialen. In plaats van één grote centrale installatie staat de brouwerij verdeeld over de ruimte. Onder een lange tafel liggen kratten met flesjes bier opgeslagen. Aan de rechterkant staan de brouwketels op een inductieplaat, voorzien van rode en blauwe kogelkranen. Daartussen staan een spoelbak en handmatige apparaten.
‘’We kunnen hier maximaal vijftien man hebben, we doen hier op zaterdag ook rondleidingen. Dat is heel gezellig’’, zegt Rob Coster. Hij verzorgt de rondleidingen en begeleid stagiairs.
Maatschappelijke bijsmaak
Rob vertelt dat het geen pure brouwerij is, maar een brouwerij met een maatschappelijke bijsmaak. “Het zijn allemaal grijze muizen, die als hobby bier brouwen.” Het gaat echter vooral om de stagiairs. “Dit zijn jongeren die zijn uitgevallen uit het schoolsysteem en nog geen diploma hebben behaald. Om alsnog hun diploma te kunnen halen, kunnen zij hier stage lopen. Na afronding ontvangen ze een certificaat, waarmee ze de stap terug naar school kunnen zetten en hun opleiding kunnen vervolgen. Ons doel is om die jongens met een rugzakje te helpen”, benadrukt hij.
In overleg met de Hans Petrischool en het Da Vinci College worden hier stagiairs geplaatst. Wat voor de stagiairs heel fijn is, is het één op één brouwen, één brouwer en één stagiair. Van half negen tot half vier zijn ze aan het luisteren en kletsen. ‘’Je bouwt sociaal contact op, daarmee help je jongeren weer beter mee te draaien in de maatschappij. En het is een leuke bijkomstigheid, lekker bier maken.’’
Alles wordt met de hand gebrouwen. Behalve het koken, daar zit een inductieplaat onder. Het roeren met de hand komt niet veel meer voor. De meeste brouwerijen hebben daar apparaten voor. ‘’Wij hebben een vul- en kroonkurkdopautomaat. Dat gaat flesje voor flesje, maar dat doen we om die jongelui werk te geven.’’
De brouwerij draait dus volledig op vrijwilligers en niemand verdient er geld. ‘’We halen inkomsten uit de verkoop van bier. Dat wordt allemaal geïnvesteerd, want de rondleider moet ook betaald worden. We hopen dat mensen na de rondleiding een pakketje bier kopen.’’ De vrijwilligers verdienen per maand vijf flesjes bier.
Historie
Deze stichting is in 2006 opgericht door de heer Marres. Hij komt uit een Limburgs brouwersgeslacht en hij nam een recept uit de keuken mee; het amberbier. Later ontmoette hij iemand van het onderwijs, die klaagde dat er niet voldoende stageplekken waren.
De stadsbrouwerij zit op dezelfde locatie als waar vroeger het moutpakhuis zat. Sinds 1433 draaide het hele gebied hier slechts om één ding; brouwen. Toen werd er Sleutelbier gebrouwen. Die naam is afgeleid van de oudste brouwerij ooit in Dordrecht; De Sleutel. ‘’We zijn er wel trots op, maar we hebben er niks mee, want Sleutelbier is later overgekocht door Heineken.’’
In de brouwerij zijn verschillende schilderijen te zien, met daarop de eeuwenoude historie. Zo is de ruïne van het oude brouwersgebied te zien op een van de schilderijen. ‘’Daar werd vroeger de gerst wat van het land kwam, gedroogd en verhit om bier te maken’’, laat Rob zien.
Binding met de stad
‘’Ze moesten een naam hebben en Dordtenaren heten Schapekoppen. Het verhaal waarom ze in Dordrecht Schapekoppen heten staat op de achterkant van het flesje.’’
Ondanks dat het bier vernoemd is naar de Dordtenaren, is de brouwerij nog niet zo bekend. ‘’Mensen zeggen vaak dat ze niet wisten dat het hier stond.’’ Het zijn waarschijnlijk dezelfde mensen die het Schapenkopje weleens in de supermarkt of in hun eigen winkelwagen hebben zien liggen. Hij lacht, ‘’ze zien het wel, want het wordt wel verkocht.’’ De Schapenkopjes liggen in verschillende supermarkten, slijterijen en cafés.
Dit is de enige plek waar dat Dordtse biertje gemaakt wordt. ‘’Dat is een naam die vastligt’’, zegt Rob trots. Hij denkt ook niet dat veel mensen de oude brouwerij kennen, want die stopte in 1968 met brouwen. ‘’Ik denk dat veel mensen vanuit de winkel wel weten dat hier een brouwerij is.’’
Met vrijwilligers, stagiairs en samenwerkingen met scholen betekent de brouwerij veel voor Dordrecht. In maart kreeg de brouwerij zelfs bezoek van de burgemeester. ‘’Mijn vrouw werkt bij de gemeente als trouwambtenaar, dus die had hem uitgenodigd. Zijn man werkt bij Heineken, dus dat is toevallig. Zij zijn hier allebei geweest en ze vonden het erg interessant’’, vertelt Rob.
Hoe wordt een Schapenkopje gemaakt?
‘’Het brouwproces begint met het kneuzen van gerst, dat daarna in een ketel wordt geroerd en langzaam wordt opgewarmd zodat de suikers vrijkomen. Vervolgens wordt het mengsel gefilterd, terug in de ketel gedaan en gekookt, waarna hop wordt toegevoegd. Daarna wordt het bier opnieuw gefilterd en snel afgekoeld om bacteriën te voorkomen.
Vervolgens gaat het in vaten met gist, levende cellen die het suikerwater omzetten in alcohol. Dit gebeurt eerst een week in een warme kast op zo’n 19 tot 21 graden, waarbij een waterslot het CO2 laat ontsnappen maar geen lucht binnenlaat. Als er geen CO2 naar buiten kan, loopt de druk op en explodeert de zaak. Vervolgens wordt het proces voor een week gestopt in een koude kast van 7 tot 8 graden.
Daarna wordt het bier met de hand overgeheveld en fles voor fles gevuld en komen er kroonkurken en etiketten op. De machine doet het niet, dus we gebruiken lijm, behangsel en etiketten. Vlak voor het vullen wordt nog wat suiker toegevoegd voor de nagisting op fles, die zo’n zes weken duurt. In totaal is het bier na ongeveer acht weken klaar, al gaat er soms ook iets mis. We proeven en dan moet het maar goed zijn, anders kan je heel het kratje weggooien.
In de opslag staan de vaten met groene en rode etiketten: groen is goedgekeurd en klaar voor verkoop, rood ligt nog te rijpen.
Bier heeft normaliter slechts vier ingrediënten: water, gerst of een andere graansoort, hop en gist. Nooit twee graansoorten tegelijk, wel soms door elkaar heen. De stagiairs gebruiken een brouwrapport om bier te maken, daar staat alles in.”
Soorten bier
De brouwerij heeft een basis van vier soorten bier. Amber, dat is van de oprichter en dat is een iets zoeter en donkerder biertje. Hoe donker een biertje is ligt aan de moutsoort. ‘’Je hebt verschillende kleuren, van licht tot donker. Het is maar net hoe je het verwarmt. Van donkere mout wordt bijvoorbeeld Guinness gemaakt.’’ De andere drie basisbieren zijn: blond, tripel en dubbelbock. Soms zijn er extra biertjes. ‘’Vorig jaar hebben we vlierbloesem gemaakt, maar dat was niet zo’n heel groot succes. Voor ons twintigjarig jubileum hebben we een lustrumbiertje gemaakt. Dat is een lichtblond biertje.’’
Volgens Rob hoef je maar een ‘knop’ te draaien en je hebt een heel ander biertje. ‘’Met bier heb je een stuk of tien knoppen; de temperatuur, de soort mout, hoelang je het gebruikt, wat voor gist. Je kan zoveel nieuwe dingen verzinnen en maken. In de tripel doen we bijvoorbeeld ook koriander en sinaasappelschil. We hebben een brouwmeester, hij verzint alle speciale biertjes.’’
Clubarts FC Dordrecht
De Krommedijk is Rob ook niet vreemd. Hij vertelt dat hij in het begin van de jaren ’80 clubarts was bij FC Dordrecht. ‘’Een huisarts zei tegen mij dat ze een clubarts zochten bij FC Dordrecht en ik houd van voetbal. Het was in de tijd dat FC Dordrecht het heel goed deed en promoveerde, daarna zat hij daar een paar jaar. ‘’Ik was bij alle trainingen en wedstrijden, bovendien keek ik naar blessures en ik sprak met spelers als Epi Drost, Japi Bloem, Niels Overweg en Gerrie Mühren.’’
De clubarts moest ook kijken of een blessure wel serieus was. ‘’Soms zat er een gele kaart achter, dan moest je kijken of ze die blessure niet te snel voorwenden. Zo konden ze de gele kaart uitzitten tot de volgende wedstrijd. Dus daar moesten we een beetje doorheen prikken, maar ik heb echt genoten van die tijd’’, zegt hij en dat is te zien aan zijn gezichtsuitdrukking.
Toekomst
De brouwerij is niet opzoek naar zichtbaarheid. ‘’We hebben meer aan naamsbekendheid op basis van rondleidingen”, zo zegt Rob. Ook geven veel mensen de brouwerij tips om efficiënter te werken, maar dan is er geen werk meer voor de stagiairs. ‘’Je kunt de vulmachine en de kroonkurkmachine automatiseren, maar dan ben je een stageplek kwijt.’’



























