Helden op de Dordtse velden: Anne Evers

Anne Evers droeg tussen 1976 en 1983 het shirt van de Dordtse profclub. Als jongen uit de stad veroverde hij met zijn neusje voor de goal de harten van de trouwe supporters aan de Krommedijk. De voormalig aanvallende middenvelder vertelt over zijn beste kwaliteit, het kampioenschap met DS’79, een bijzondere wedstrijd met Johan Cruijff tegen Chelsea en hoe hij het voetbal door de jaren heen zag veranderen.

Anne Evers is inmiddels 66 jaar. Hij voetbalde van zijn zeventiende tot zijn 33e en bracht zijn eerste zeven seizoenen door aan de Krommedijk. Vanuit amateurclub ODS kwam hij terecht in het toenmalige C-elftal van de Dordtse profclub. Al na een half jaar maakte hij de stap naar het eerste elftal, dat uitkwam in de Eerste Divisie. Niet veel later ging de club verder onder de naam DS’79 en groeide Evers uit tot een vertrouwd gezicht aan de Krommedijk.

Wat voor speler was Anne Evers?

“Ik heb voornamelijk als aanvallende middenvelder gespeeld, maar ook als spits en zelfs als libero”, vertelt Evers. “Ik was geen echte verdediger, maar je had destijds een mandekker en iemand die de opbouw verzorgde. Dat laatste deed ik. Ik ben vrij lang, dus ik kon ook aardig koppen.”

Toch lag zijn grootste kwaliteit aan de andere kant van het veld. Doelpunten maken werd het handelsmerk van de Dordtenaar. “Ik had een neusje voor de goal én ik was tweebenig. Vaak speelde ik achter een spits en dan vorm je echt een duo. Met Huub Smeets kon ik bijvoorbeeld heel goed samenspelen. Hij keek waar ik was en andersom.”

Geliefd aan de Krommedijk

Evers maakte van dichtbij mee hoe het betaald voetbal in Dordrecht veranderde. Waar het voortbestaan van de club eerder nog onder druk stond, ontstond rondom DS’79 nieuw enthousiasme. “De periode bij DS’79 was geweldig. Ik deelde zelfs handtekeningen uit in de stad. Iedereen wilde bij DS horen. Er kwamen betere spelers en ook de publiciteit rondom de club verbeterde.”

Dat enthousiasme was ook op de tribunes merkbaar. “Er zaten soms zeven- of achtduizend mensen in het stadion en er werden witte snippers op het veld gegooid. Ik herinner me een thuiswedstrijd tegen FC Groningen. Het zat helemaal vol en wij wonnen met 2-0, terwijl zij bovenaan stonden.”

Als geboren Dordtenaar had Evers bovendien een speciale connectie met de achterban. “Ik was een Dordtenaar en een kind van de club, dus ik was wel geliefd.”

Zijn absolute hoogtepunt volgde in 1983, zijn laatste seizoen aan de Krommedijk. DS’79 kroonde zich tot kampioen van de Eerste Divisie en promoveerde naar het hoogste niveau. Ook in de KNVB Beker beleefde Evers mooie momenten en bereikte hij met de Dordtenaren onder meer de kwartfinale.

Na zijn vertrek in 1983 maakte Evers de overstap naar Fortuna Sittard. Later kwam hij ook uit voor Vitesse en FC Wageningen.

Goals, goals en goals

Met 89 doelpunten en 19 assists in 195 wedstrijden liet Evers indrukwekkende cijfers achter in Dordrecht. Alleen Marco Boogers wist vaker het net te vinden voor de Dordtse profclub.

“Dat vind ik wel leuk. Mijn kinderen komen hier weleens en dan zeggen ze: ‘Pa, je stond op de topscorerslijst.’ Zeker als middenvelder is het wel een behoorlijke statistiek. Toen ik naar Fortuna ging, werd de weerstand groter, want dat was de Eredivisie. Alles ging sneller en daardoor werd het moeilijker om goals te maken. Als libero al helemaal”, lacht hij.

Van zijn vele treffers staat er één nog altijd helder op zijn netvlies. “Ik kan me een vallende kopgoal tegen PEC Zwolle herinneren. Ik kreeg een voorzet en al vallend kopte ik hem in de verre hoek. Het was een belangrijke goal, want volgens mij wonnen we met 2-1 of 3-1.”

Hoogtepunten

Evers pakte gedurende zijn carrière twee prijzen. Na het kampioenschap met DS’79 werd hij later ook met Vitesse kampioen. Met Fortuna Sittard kwam hij bovendien uit in de Europacup II. “We speelden de bekerfinale tegen Feyenoord, met Cruijff. Feyenoord werd ook kampioen, dus wij gingen als verliezend finalist Europa in. We speelden tegen Wisła Kraków, FC Kopenhagen en Everton.”

Ook kwam Evers eenmaal uit voor Jong Oranje. In het stadion van Fortuna Sittard nam hij het als dispensatiespeler op tegen Jong Zweden. “Ik was toen 23. Danny Blind, Robbie de Wit en Wim Kieft zaten er ook bij.”

Tijdens zijn periode in Dordrecht stond Evers in de voorbereiding zelfs tegenover Real Madrid. “Daar speelde Bernd Schuster, een Duitser. Dat was een geweldige voetballer en spelmaker op het middenveld. Volgens mij verloren we kansloos met 3-0. We werden echt scheel getikt. Wij speelden natuurlijk ook in de Eerste Divisie.”

Johan Cruijff

Een van de meest bijzondere verhalen uit zijn carrière draait om Johan Cruijff. Evers speelde niet alleen tégen de legendarische nummer 14, maar stond ook eenmalig met hem in hetzelfde elftal.

Het begon tijdens een vriendschappelijke wedstrijd van de Dordtenaren tegen Los Angeles Aztecs, waar Cruijff destijds speelde. “Het was een avondwedstrijd en hun trainer zat op de tribune. Hij vroeg daarna of ik een gastwedstrijd wilde komen spelen.”

Niet veel later vloog de jonge Evers naar Londen voor een wedstrijd tegen Chelsea. Daar wachtte hem een bijzondere ontvangst. “Cruijff kwam me ophalen van het vliegveld. Dat was echt machtig. Ik was volgens mij pas negentien. Helaas hebben ze me daarna niet gevraagd om daar te komen spelen”, lacht hij.

Ook later bleef Cruijff hem herkennen. “Als ik hem tegenkwam wanneer ik tegen Ajax of Feyenoord speelde, kwam hij altijd naar me toe voor een praatje. Ik vond dat geweldig. Hij was een hele aardige man. Ik kon alleen maar zien hoe verschrikkelijk goed hij was. Zelfs op zijn 34e was hij nog zo snel. Dan dacht ik: hoe snel moet hij op zijn 25e wel niet zijn geweest?”

Van alle spelers met wie Evers samenspeelde, noemt hij Frans Thijssen als de beste. “Hij was sterk aan de bal, kon geweldig kappen en draaien. Later speelde hij ook als libero. Dan dribbelde hij het middenveld in en creëerden we daar een overtal.”

Voetbal toen en nu

Ook buiten het veld zag het leven van een profvoetballer er destijds anders uit. “Na een wedstrijd gingen we gewoon de stad in. Sociale media waren er natuurlijk niet. De jongens van de Dordtse amateurclubs kwamen ook en wij liepen daar gewoon tussen. Het was hartstikke gezellig, één grote groep zonder rangen of standen. Iedereen speelde op zondag en daarna zaten we met elkaar in de stad. Op maandag hadden wij om vier uur weer training.”

Volgens Evers ligt het voetbal tegenwoordig veel meer onder een vergrootglas. Ook op het veld ziet hij grote verschillen. “Het tempo ligt hoger en de velden zijn enorm veranderd. Nu spelen ze op een biljartlaken. Wij deelden het complex met DFC. Zij speelden dan om half één en wij om half drie. Dan troffen wij daarna een enorm hobbelig veld aan.”

Ook de manier van trainen veranderde. “Wij trainden op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Natuurlijk deden we aan conditietraining: lopen, sprinten, wenden en keren. Maar zo specifiek als spelers tegenwoordig bijvoorbeeld met krachttraining bezig zijn, was het toen niet.”

Na zijn voetballoopbaan

Na zijn voetbalcarrière keerde Evers terug naar Dordrecht, al had hij zich tijdens zijn actieve loopbaan al voorbereid op een leven buiten het voetbal. Hij volgde een lerarenopleiding, stond voor de klas in het basisonderwijs en werkte later in het voortgezet speciaal onderwijs, waar hij jongeren begeleidde richting werk.

Daarnaast bleef hij actief in het voetbal als jeugdtrainer en voorzitter bij DFC. Een maatschappelijke carrière voelde voor hem nooit als een stap terug. “Ik heb me nooit te groot gevoeld voor een andere baan. Toen ik voetbalde, werd er niet zo betaald als tegenwoordig. Ik wist dus dat ik na mijn carrière ook gewoon moest werken. Ik had een gezin, dus er moest brood op de plank komen.”

En als de Anne Evers van toen vandaag de dag zou voetballen? Daar hoeft hij niet lang over na te denken.

“Ik zou mijn goaltjes wel blijven maken. Met links, rechts of met het hoofd.”

UITGELICHTE
ITEMS

Thuis

Training